Het luiwerk van de molen is een zogenaamd sleepluiwerk, waarmee de zakken graan opgehesen worden.
De kap van de molen is in 2005 voorzien van een zogenaamd Engels kruiwerk, hetgeen een kruiwerk met ijzeren rollen is. Vroeger draaide de kap op een kruiwerk met houten rollen, die nog wel te bezichtigen zijn. Het kruien gebeurt met behulp van een kruilier.
De bovenas is van gietijzer en stamt uit 1878. De as wordt gesmeerd met reuzel en de kammen (tanden) op de tandwielen met bijenwas. De vang, waarmee het wiekenkruis wordt afgeremd, is een met een wipstok bediende Vlaamse vang bestaande uit vijf blokken. De koningsspil is gelagerd in de ijzerbalk. De lange spruit zit achter het bovenwiel op de plaats van de steunderbalk.
De molen is gerestaureerd in 1955, 1971 en 2005. In 2005 kreeg de molen o.a. een nieuw wiekenkruis met een klassieke wiekvoering, met zeil (oudhollandse tuigage, zonder andere aerodynamische middelen, (zoals fokwieken). Ook zijn de staart en de stelling nieuw gebouwd van bilingahout.
Vlucht van de molen is 23,50 meter.
De molen wordt nog gebruikt voor het malen van graan, zoals gerst, maïs en tarwe voor veevoer.
Wanneer de blauwe vlag uithangt is de molen toegankelijk voor publiek.
Bekijk hier de Appelse molen ‘de Hoop’ via de molendatabase.